De keuken rook naar kots maar het viel me alles mee. Ik ging er in ieder geval niet van over mijn nek De tulpen stonden op de keukentafel en ik werd er voor het eerst een beetje vrolijk van. Thomas zat op de bank te niksen en ik ging naast hem zitten. Ik voelde de woorden ineens opborrelen ook al had ik me iets heel anders voorgenomen. Ik had me voorgenomen om Thomas eens haarfijn uit te leggen hoe het precies zat met hem. Dat we hulp moesten zoeken voor hem en dat ik dan eindelijk thuis de tijd had om alles op een rijtje te zetten. Maar in plaats daarvan zei ik iets wat ik niet zonder een soort van innerlijke kracht had kunnen zeggen:
“Thomas, weet je dat ik heel erg van jou hou?”
Een lichte knik was het sein dat hij me hoorde. Dat deed me goed. Ik wist niet zo goed wat ik nog meer moest zeggen maar het leek net of een zachte stem de woorden in mijn hart toe fluisterde. “Zullen we samen een spelletje doen? En pannenkoeken bakken?”
Zou God werken door het bakken van een ham-kaas pannenkoek? Ik had geen idee. Ik had werkelijk geen idee wat ik stond te doen. Het was apart, een soort van lachwekkend en misschien wel het beste wat ik ooit had gedaan. Iemand die de Rode Zee door twee helften kon verdelen en Jonas liet opslokken door een grote vis, OK, dat was genoeg reden om aan te nemen dat God kon werken door pannenkoeken. In elk geval deed het mij een enorm plezier om Thomas uit zijn flauwe houding te zien kruipen. Hij hielp me zelfs en at er wel een stuk of vijf. We hadden niet de meest indrukwekkende gesprekken maar het voelde ontzettend goed om naast hem te staan. Toen ik hem een glas melk aanbood keek hij me zelfs aan en toverde hij een waterige glimlach. Hij raakte zijn sigaretten niet aan en viel met zijn hoofd op mijn schoot in slaap toen we samen nog naar Midsomer’s Murders keken. Het was de meest mooie avond ever, sinds Kerst twee jaar geleden.
Ik wist nu wat het was om diep van binnen rijk te zijn en niet jaloers op de capaciteiten en zegen van de Geweldige Gelovige. Stiekem van binnen wist ik dat de bus was gestopt om mij iets te laten zien. Mijn eigen ego wellicht, maar ook een heleboel moois. God laat ons nooit stuk staren op eigen fouten maar altijd op de skyline van lichtjes en water, een skyline die Hij Zelf bedenkt. Ik vind het in eerste instantie hinderlijk om te geloven dat God echt langs komt met koekjes of door je heen kan werken met pannenkoeken bakken.
In het regenseizoen van mijn leven heb ik heel wat mensen voor verantwoordelijk gehouden. En ontdekt dat de verantwoording of schuld niet te vinden is, laat staan dat de zoektocht zo geweldig was. Maar mijn grootste schuldgevoel lag bij mijzelf, als een soort zwaar dekbed die zelfs in de zomer nog op mij lag. Het was iedere nacht een hele worsteling om van dat dekbed af te komen, maar voor het ochtend werd lag ik met dekbed en al op de grond. Het achtervolgde me met de jaren.
Die zondag werd er niets gedeeld over mijn spontane genezing. Maar goed ook, paracetamol was best simpel. Ik was er blij mee, en beleed mijn vooroordelen direct. Ik voelde me licht en gelukkig en vertelde Anne over mijn bijzondere ervaring met Thomas op de bank. Ze leek oprecht blij en nam het woord ‘amen’, ‘zuster’ en ‘halleluja’ niet in de mond. Ik was God dankbaar. Oprecht. Geen spoor van sarcasme.
God is niet een verloren trend, of van 2004 of zo. God is God en Hij was er ook toen het volledig spaak liep. Misschien maakt dat geloven zo geweldig: je hebt nog steeds geen idee naar welk oord je onderweg bent, maar je gaat en je ontdekt het landschap. En dan deelt Hij nog koekjes uit ook.
Het voelde alsof de eerste echte warme dag van de lente was aangebroken. Lammetjes, een duif die ik in de verte hoorde roepen, en narcissen in de tuin van de buurvrouw. Vanaf die dag lees alles een stukje beter te gaan. Zelfs de Geweldige Gelovige leek ik meer te gaan waarderen. En ik kwam er achter dat hij lang niet zo geweldig was als ik dacht, of in elk geval niet het ‘soort geweldig’ wat ik hem oplegde in mijn gedachten. Het bleek dat zijn vader ernstig ziek was en zijn dochtertje op school een enorme rebel was. Ze hadden er vaak problemen mee gehad in het gezin. Mijn jaloezie zakte en mijn medeleven groeide. Er was iets in mijn hart geplant waardoor ik de wereld om mij heen door zeer realistisch maar ook iets andere ogen bekeek. Door de ogen van Jezus.
Geloven in iets waarvan anderen zeggen dat het ontzettend geweldig is klinkt aannemelijk. Ik vond het ook aannemelijk, toen alles nog goed ging en ik een van die gelukkige stellen was uit de kerk. Niks geen reis voor singles: rampspoed en ellende was aan mij niet besteed. Een fundament bouwen op Christus evenmin. De kerk was een ritueel, mijn vrienden kende ik oppervlakkig en de kring waar ik wekelijks naar toe ging was een leuke verplichting. Ik riep ‘ja amen’ en ‘Gods zegen’ en ga zo maar door, zonder dat ik eigenlijk wist wat het was om dankbaar te zijn, of het ergens mee eens te zijn. Ik nam alles aan, niks landde in mijn hart en ik had de irritante behoefte om altijd klaar te staan met antwoorden. Theologie vond ik prima, zolang het maar begrijpelijk bleef. Twijfel was voor de zwakkeren en de dominee had altijd gelijk. Niks hoefde getoetst of bevestigt te worden. Geloven was easy. Ik was iemand die makkelijk achterover leunde, want God ‘ging het toch wel in me doen’. (Niks is zo saai als een passief en lui christendom)
Maar dat maakt diep van binnen geloven lang niet zo geweldig.
Wauw, wat een prachtig verhaal. Ik heb het in een adem uit gelezen, geweldig. Ook een hele mooie bewoording van hoe het is, je bent echt een natuurtalent!
Prachtig herkenbaar, realistisch verhaal!
wat een mooi slot van je verhaal, waar best veel punten in komt van twijfel. Twijfel aan jezelf, proberen andere de schuld te geven, maar nooit denken dat het aan God ligt, tenminste, je wil God de schuld niet geven. En dat dat voorbeeld met het koekje van vrede, niet koekje van eigen deeg wat je krijg, maar van vrede. mooi vertaald.
Schitterend …. !!
Bah, wat kun jij mooi schrijven zeg. Right into the heart. Maar goed, dat wisten we natuurlijk al ;-).
Mijn hart huilt een beetje mee met de Mindere Gelovige. Veel herkenning enzo. Twijfel, schuld, verloren – bekende thema’s. Jammer, helaas en gelukkig maar.
En inderdaad, wat is die Geweldige Gelovige irritant zeg! Wat een eikel! En wat goed van je dat je even subtiel aangeeft dat het zo simpel niet ligt. Die Geweldige Gelovige, daar gaat het helemaal niet om. He’s not guilty. Wel nog steeds irritant ;-). Maar hé, dat ben ik ook!